In een buitengewoon interessant artikel in het FD van deze week prikt Prof. Dr. Tjeu Blommaert de ballon van de staatsschuld per geboren kind door. Ieder kind dat in 2010 geboren wordt in Nederland heeft naar zeggen van Minister Bos een staatsschuld van € 160.000 aan zijn luier hangen.Dit wordt door Bos aangevoerd als een legitieme reden om verregaande ingrepen te plegen in de overheidsinkomsten en -uitgaven, zoals pensioenen.
Wat de minister voor het gemak maar even niet meeneemt zijn de bezittingen en schulden van de centrale overheid. Slechts uitgaven en ontvangsten worden geregistreerd, ze worden niet als investeringen of bezittingen op een balans bijgehouden.
Blommaert maakt vervolgens de vergelijking met de aankoop van een huis en geeft als voorbeeld de aankoop van een huis van € 1 miljoen die met € 900.000 eigen geld wordt gefinancierd en € 100.000 met een hypotheek. In de overheidsboekhouding wordt deze transactie geregistreerd als zijnde een schuld, terwijl geen rekening wordt gehouden dat er € 900.000 eigen geld en een bezit van € 1 miljoen tegenover staat.
Nederland heeft een enorme relatieve rijkdom in de vorm van infrastructuur, scholen, wegen enz. en dit moet wel degelijk worden afgezet tegen de staatsschuld. Waarom dan de bewering van Bos en sommige politieke partijen om die virtuele schuld van € 160.000 pr geboren kind in 2010 aan te grijpen om het falen van het overheidsbeleid in de crisis aan te tonen? Onbegrijpelijk en onjuist.
Bovendien is een deel van de staatsschuld een schuld aan ons zelf. Indien een Nederlander immers staatspapier koopt, is dat deel van de staatsschuld feitelijk een schuld aan onszelf. Veel belangrijker is de schuld die wij met zijn allen aan het buitenland hebben.